Dagelijks werken de partners van het NPRZ om het op Zuid beter te maken voor de huidige en de nieuwe bewoners. Deze serie portretteert de mensen die zich inzetten voor een sterker Zuid. Deze keer: Hamid Karroumi, meewerkend voorman en intern opleider bij Stichting Jongerenwerk op Zuid (JOZ).
Opvoeder in de vrije tijd, zo noemt Hamid Karroumi van Stichting Jongerenwerk Op Zuid (JOZ) zichzelf. Hij is als meewerkend voorman en intern opleider binnen JOZ werkzaam in de wijken Bloemhof, Hillesluis en Vreewijk. Jarenlang was hij zelf jongerenwerker op straat, inmiddels coacht en ondersteunt hij andere JOZ-jongerenwerkers. De straat voedt jongeren op – of je dat nou wilt of niet, zegt Hamid. Dus is het aan hem om daar een positieve draai aan te geven. “Ik zeg het ook vaak tegen mijn collega’s: onderschat niet wat je tegen jongeren zegt, het heeft invloed.” Zo werd hij vorig jaar uitgenodigd voor een Iftar, vertelt Hamid, van een van de jongens uit de eerste wijk waar hij als jongerenwerker werkte. “Die jongens waren toen elf, twaalf jaar, nu volwassen.” Een van hen kwam naar Hamid toe: “Weet je nog dat je tegen mij zei dat ik heel goed was met computers? Dat heb ik altijd onthouden.” Hij bleek inmiddels ingenieur in de IT-sector te zijn.
Streetwise
Hamid, zelf geboren op het Noordereiland, getogen in Feijenoord, is ervan van overtuigd dat als je jongeren de juiste opties geeft, ze veel meer dan die vervelende jongens op straat kunnen zijn. “De jongeren van Zuid waarmee wij te maken hebben, zijn jongeren die dreigen uit te vallen. Soms gaan ze niet naar school, hebben ze geen werk. Maar ga je graven, dan is er altijd iets aan de hand. Daarom doe ik dit werk met trots.” Ze lopen nooit vast uit onwil, zegt Hamid. En dat betekent dat ze “met de juiste begeleiding, aandacht en een beetje liefde” wél stappen maken.
Dat klinkt misschien simpel, maar daar zit een hoop werk in, zegt Hamid. “Een groot deel van het werk van JOZ gaat over preventie. We richten ons op jongeren die misschien al eens een kleiner vergrijp gepleegd hebben, of zelfs dat niet eens, maar waarbij je voelt: op jou moet ik letten.” Daarom is het belangrijk om te weten wat er speelt op straat, en om een vertrouwensband op te bouwen met jongeren in de wijk, vertelt Hamid. “Wij maken contact, juist wanneer het wel goed gaat. We zorgen ervoor dat we herkenbaar zijn, present zijn. Het is heel belangrijk dat je real bent. Jongeren voelen of je oprechte interesse in ze toont en of je een beetje streetwise bent.” Want juist dat is zo belangrijk als ze een keer écht kwetsbaar zijn, zegt Hamid. Dan is er een ingang.
Netwerk
Al staat zo’n deur nooit wagenwijd voor je open. Hamid: “Een voorbeeld. Toen ik nog actief was als ambulant jongerenwerker en vaak op straat te vinden was, had ik een contactpersoon bij het Jongerenloket. Kwam ik op straat jongens tegen waarvan ik wist dat ze niet naar school gingen en ook geen werk hadden, dan zei ik: ‘Zou je misschien een keer afspraak willen maken bij het Jongerenloket? Je hoeft nog niks – zij kunnen gewoon eens met je meekijken welke richting je op kunt.’ Kwam er vervolgens een ‘ja, oké’, dan wist ik: ik moet nú handelen. Nu metéén bellen en een afspraak maken. Want volg je de standaard procedures: eerst aanmelden bij de Vraagwijzer, of iemand verwijzen naar het wijkteam, dan haken veel jongeren toch weer af. Terwijl je ze op zo'n moment ook kunt laten zien: hé, het heeft wel nut je uit te spreken, want zo snel kan het gaan. Er is wél hulp voor jou.”
Ook nu hij zelf minder op straat te vinden is en voornamelijk andere jongerenwerkers coacht, is dat wat Hamid de jongerenwerkers bij JOZ nog elke dag vertelt: zorg dat je je netwerk op orde hebt, weet metéén waar je terecht kunt als jongeren vragen hebben. “Onze netwerkpartners zijn heel belangrijk. Je kunt het niet alleen doen. Scholen, welzijnsorganisaties, de wijkagent, stadsmarinier, wijknetwerker, gebiedsmanagers – het zijn allemaal partijen waarmee we wekelijks, misschien wel dagelijks contact hebben. Al is het alleen om te sparren; wat speel er? Hoe gaat het? Waar loop je tegenaan? Daarmee leer je elkaar kennen, en weet je meteen bij wie je met welke vraag terechtkunt.” Ook het Nationaal Programma Rotterdam Zuid speelt daarin een belangrijke rol, zegt Hamid. “Vanuit het NPRZ zijn er allerlei projecten waar we jongeren naartoe kunnen begeleiden. Wij matchen ze, omdat we weten waar ze behoefte aan hebben.”
Hamid: “Wat ik het mooist vind aan dit werk, is dat kleine stapjes voor ons, grote stappen voor jongeren kunnen zijn. De jongeren waar wij mee werken hebben vaak geen overzicht, ze weten de weg niet in het complexe systeem dat wij met z’n allen hebben opgetuigd. De meesten willen gewoon werken, die vinden het ook niet fijn om met hun zakken leeg op straat te hangen. Maar de weg daarnaartoe – een adres, dagbesteding, de juiste certificaten – is soms ingewikkeld.”