Ga naar inhoud

‘Hoe beter mensen elkaar kennen, hoe leefbaarder en veiliger een wijk is’

‘Hoe beter mensen elkaar kennen, hoe leefbaarder en veiliger een wijk is’

Werkers op Zuid: Ronald Bijnaar, wijkmanager voor Pendrecht-Zuidwijk, Zuidrand en bedrijventerrein Charloisse Poort

Dagelijks werken de partners van het NPRZ om het op Zuid beter te maken voor de huidige en nieuwe bewoners. Deze serie portretteert de mensen die werken aan een sterker Zuid. Deze keer: Ronald Bijnaar, die als wijmanager de schakel is tussen wijkbewoners en gemeente.

 Ronald Bijnaar is het ‘oliemannetje’ tussen wijkbewoners en de gemeente. Hij is voorzitter van het wijkmanagementteam en ondersteunt de wijkraad. “Er gebeurt niets groots in de wijk waar ik niet van afweet”, zegt hij trots. Januari 2024 gebeurde er iets van zo’n schokkende omvang dat Bijnaar een periode met niets anders bezig was. Bij de explosie aan de Zuidwijkse Schammenkamp vielen drie doden en de ravage en ontzetting waren groot. De gemeente Rotterdam en haar partners in de wijk zetten alle zeilen bij. Bijnaar was betrokken bij de organisatie van speciale bewonersbijeenkomsten, buurtbijeenkomsten, een herdenkingsmonument en een veiligheidsdag waar bewoners vragen konden stellen aan de politie en brandweer. Nog steeds krijgt deze buurt extra aandacht. “Het is moeilijk om precies te meten hoe het met de mensen gaat”, zegt Bijnaar. “Ze vertellen het ook niet altijd als ze ervan wakker liggen. Maar met z’n allen, bewoners, ondernemers en professionals, doen we er alles aan om de sfeer en het veiligheidsgevoel te verbeteren.”

Vuilnis tast veiligheidsgevoel aan
Maar kleinere zaken vragen even goed om aandacht. Het lijkt een detail, dat ergens open vuilniszakken liggen en rommel heen en weer waait. Maar dat doet iets met het veiligheidsgevoel, zegt hij. “Kijk naar de Hoge Kampen, een wijk met twaalf portiekflats in Zuidwijk. Toen ik hier vier jaar geleden kwam werken, dacht ik: wow, de overheid laat deze mensen in de steek. Ze hebben het al moeilijk, en de omgeving ziet er niet uit. Rommelige binnentuinen, planten die tegen de flats aan groeien.” Samen met de woningcorporatie stelde hij een buurtcoach aan. HEF Wonen zorgde dat de omgeving werd aangepakt. “De Buurtcoach stimuleerde dat de bewoners elkaar leerden kennen. Langzaam is daardoor het vertrouwen in de overheid een beetje hersteld.”
Ook de omgeving van metrostation Pendrecht vraagt om aandacht, want mensen voelen zich daar ’s avonds niet veilig. Met bewoners, RET en politie kijkt Bijnaar wat hier aan gedaan kan worden. “We organiseren op het voorplein al activiteiten, zodat het een betere verblijfplek wordt.” Naast handhaving is ook opruimen belangrijk, zegt hij, “want vuil trekt vuil aan.”

Gemengde populatie
Pendrecht-Zuidwijk heeft een heel gemengde populatie. “Autochtonen, Antillianen, Surinamers, Marokkanen, Turken, Polen, mensen uit de Dominicaanse Republiek. Tussen die groepen zijn er gelukkig geen spanningen. Je ziet dat jongeren al iets meer door elkaar lopen. Zeker wanneer mensen elkaar kennen, is er geen probleem.” En dat is volgens hem precies de sleutel. “Hoe beter men elkaar kent, hoe leefbaarder en veiliger een wijk is. Dan kan je met elkaar in gesprek wanneer er iets gebeurt.” Allerlei activiteiten moeten een nadere kennismaking tussen bewoners stimuleren.
Er is genoeg om trots op te zijn. Zo heeft de wijkraad twee jaarlijkse bijeenkomsten gehouden waar actieve bewoners en organisaties aan dialoogtafels met elkaar in gesprek gingen over verschillende thema’s. “We zorgen dat het leuk is, dan trekken mensen een jaar later weer anderen mee. De afgelopen bijeenkomsten waren heel druk. Er kwamen bruikbare dingen uit, maar de belangrijkste uitkomst vond ik dat men weet wat er speelt en men organisaties en de gemeente, maar vooral elkaar leerde kennen.”

 Wijkakkoord
Trots is Bijnaar ook op het wijkakkoord, waarin de wijkraad de wensen van bewoners, ondernemers en samenwerkingspartners voor een vierjarige collegeperiode vervat in concrete doelen. “Iedereen wil zich echt inzetten. Aan de hand van het wijkakkoord zetten we stapjes op alle terreinen.”
Problemen pak je integraal aan, zegt hij. “Met z’n allen. Goede communicatie is belangrijk, je moet met elkaar in gesprek blijven. Transparant en open zijn, dat helpt enorm. En ik doe aan verwachtingsmanagement. Het is niet: u vraagt, wij draaien. Heb jij overlast van de jeugd? Probeer dan eerst zelf eens met ze in gesprek te gaan. Als het enigszins kan, heb je daar zelf ook een rol in.”
Als gemeenteambtenaar heeft hij veel plezier van zijn achtergrond in het welzijnswerk. “Ik weet hoe bewoners en specifiek jongeren denken, maar ik ken ook de beleidsmatige kant. Veel ambtenaren zijn beleidsmatig sterk, maar niet of nauwelijks streetwise. Sommige beleidsstukken zien er prachtig uit. Maar als je gaat doorvragen, merk je dat het niet aansluit op de praktijk. Ik zie ook papegaaiengedrag. Toen er jongerenoverlast was in Hoogvliet, waar ik woon, schreven ambtenaren dat het om Marokkanen ging. Wat bleek: er zaten Surinamers, Antillianen en een paar Marokkaan in die groep. De ambtenaar was niet wezen kijken. Je moet met mensen durven praten. Sommige collega’s zien zelden bewoners. Ik denk dan: jij bent zelf ook een bewoner en praat toch ook met je buurman? Zo moeilijk is dat niet.”