Dagelijks werken de partners van het NPRZ om het op Zuid beter te maken voor de huidige en nieuwe bewoners. Deze serie portretteert de mensen die werken aan een sterker Zuid. Deze keer: rechtbankpresident Julia Mendlik, die heilzame effecten ziet van de wijkrechtspraak, en deze rechtbankzittingen in krachtwijken actief promoot.
Wijkrechtspraak wérkt, zegt Julia Mendlik. De rechtbankpresident zit zelf regelmatig zulke zittingen voor in een Huis van de Wijk op Zuid. Haar ervaring: “Mensen voelen zich daar makkelijker thuis dan in de grote rechtbank. In hun eigen wijk is de drempel lager. De opkomst is, anders dan in de rechtbank, heel hoog.” Bovendien: “In de rechtbank zien we vaak een deelprobleem. Bij de wijkrechtspraak proberen we te kijken naar het geheel. Waarom is iemand in deze situatie terecht gekomen? We krijgen een veel breder beeld.”
De Rotterdamse rechtbank begon juli 2020 met de wijkrechtspraak. Sindsdien nam het aantal zaken toe. Alleen al in 2025 zullen er zo’n 1.000 zaken in de wijk worden behandeld. “Het begon als een pilotproject. We hebben het inmiddels als staande praktijk ingevoerd.” Ook Den Haag, Amsterdam en Eindhoven kennen nu wijkrechtspraak. Mendlik is een enthousiast pleitbezorger. De Rotterdamse rechtbank ontvangt bezoekers uit binnen- en buitenland. Een minister, een staatssecretaris, Kamerleden en natuurlijk burgemeester Schouten kwamen hun licht opsteken. Ook collega-rechtbanken lopen warm. Mendlik: “We willen als gezamenlijke rechtbankpresidenten dat er in elk arrondissement in Nederland één vorm van wijkrechtspraak is in krachtwijken. Rotterdam loopt voorop, ook in het soort zaken dat we willen behandelen. We doen nu zaken over leerplicht, zorgverzekering, arbeidsrecht en huiselijk geweld, en najaar 2025 behandelen we ook bestuursrechtzaken, die veelal over uitkeringen gaan.”
Ook het werkgebied is uitgebreid: waar eerst alleen zaken werden behandeld van bewoners uit Bloemhof en Hillesluis, is dat nu heel Rotterdam Zuid.
Simpele vergrijpen
Wijkrechtspraak is bedoeld voor verdachten van relatief simpele vergrijpen. Vaak kampen zij met meerdere problemen, zoals schulden, een verslaving of huiselijk geweld. De instanties die al bij hen betrokken zijn, overleggen ruim voor de zitting, met de verdachte erbij. Dat leidt tot een advies aan de rechter. Mendlik: “Daardoor kun je makkelijker een gesprek voeren over de toekomst: hoe voorkomen we dat u weer in de problemen komt?”
Bij de wijkrechtspraak zijn veel organisaties betrokken: naast de rechtbank de gemeente en wijkteams, het Openbaar Ministerie, politie, advocatuur, reclassering, het Zorg- en Veiligheidshuis Rotterdam Rijnmond, Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, Raad voor de Kinderbescherming, William Schrikker stichting en het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid. Al deze organisaties kunnen een burger aanmelden voor wijkrechtspraak en deelnemen aan het vooroverleg. Doorgaans zit de advocaat van de verdachte hierbij en als het een strafzaak is, ook de officier van Justitie. Mendlik: “We nemen het advies dat zij formuleren ter harte, maar de wijkrechter heeft uiteraard het laatste woord.”
De rechter heeft een stok achter de deur. “Bij strafzaken kunnen wij zeggen: als je niet meewerkt, levert dat extra straf op. Dat kan een taakstraf zijn, een gevangenisstraf, een contactverbod of een boete (die we niet opleggen bij mensen met schulden). In de proeftijd van meestal twee jaar kan iemand je helpen om aan je verslaving of andere probleem te werken.”
Gezamenlijke aanpak
De samenwerking tussen al die instanties voorkomt vaak dat problemen verder uit de hand lopen. Zo is met zorgverzekeraars afgesproken dat wanneer iemand z’n premie niet betaalt, er een zitting bij de wijkrechter wordt gepland om een haalbare betalingsregeling te treffen. Als blijkt dat er nog meer schulden zijn, volgt er een gesprek met de schuldenfunctionaris. Die kan een afspraak inplannen bij de gemeentelijke schuldhulpverlening. Ook een woonwijk kan profiteren van de gezamenlijke aanpak. Dat illustreert Mendlik aan de hand van een zaak die zij behandelde. Een 18-jarige jongeman had zijn moeder geslagen en zij zette hem het huis uit. De man had enorme gokschulden, maar geen opleiding, werk of uitkering. Hij sliep op straat en zocht daar z’n eten bij elkaar, soms op illegale wijze. “De wijkagent kreeg meldingen van overlast. Dat krijg je als iemand niet z’n eigen problemen kan aanpakken. Vaak weten de mensen de weg niet naar overheidshulp.” De jongeman kreeg een plek in een begeleid wonen-project en werd geholpen met z’n schulden. Hij volgt nu een opleiding.
Mendlik: “Ik wil als rechter wel voelen dat iemand open staat voor hulpverlening. Daarbij helpt het dat sommige advocaten erin gespecialiseerd zijn om eenvoudig en helder uit te leggen waar het om draait. Zij bereiden de zaak met hun cliënt voor. Dat is ook fijn voor de vele mensen met lvb (een licht verstandelijke beperking-red.) die wij zien. Soms vraagt iemand z’n advocaat: ‘Wat moet ik nu zeggen?’ Dan helpt die even. Rechters worden er ook in opgeleid om duidelijk te communiceren en meer geduld te hebben.”
Investeren blijft nodig
De wijkrechtspraak vraagt wel om een zekere investering van alle partners. “Bij ons moeten andere rechtszaken soms langer wachten. Maar we winnen ook tijd en geld. Die 18-jarige, die nu wordt begeleid naar werk, had anders misschien langdurig een uitkering. En dan waren veel hulpverleners met hem bezig gebleven.” Verder is het belangrijk dat wanneer een betrokken functionaris vertrekt, diens werkgever snel een goed geïnformeerde en gemotiveerde opvolger aanwijst, die ook tijd krijgt voor zijn aandeel. “Advocaten krijgen extra betaald om dit soort zaken te doen, vanwege de extra voorbereiding en langere zittingstijd. We moeten wel vechten om dat verlengd te krijgen.”
Wellicht helpen daarbij straks de uitkomsten van een onderzoek door het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid). Mendlik vermoedt dat door de wijkrechtspraak de kans dat iemand weer in de fout gaat, afneemt. Mogelijk wordt dat straks aangetoond.
De wijkrechtspraak kwam voort uit het NPRZ. Zeker, zegt Mendlik, je mag de Rechtbank Rotterdam een partner van het NRPZ noemen. “Dankzij het advies van de betrokken instanties zijn wij veel beter ingelicht en hebben we een goede basis om een beslissing te nemen. Maar we hebben een onafhankelijke rol. We kunnen ook iets anders beslissen.”
Het grote winstpunt? “We denken dat we een duurzame oplossing kunnen bieden voor de multiproblematiek die we zien in krachtwijken. Mensen komen minder snel weer op het verkeerde pad en krijgen weer een leven.”