Dagelijks werken de partners van het NPRZ om het op Zuid beter te maken voor de huidige en nieuwe bewoners. Deze serie portretteert de mensen die werken aan een sterker Zuid. Deze keer: Melanie Noordegraaf, die met haar team alleenstaande bijstandsmoeders op weg helpt naar werk of een opleiding.
Rotterdam Zuid telt veel alleenstaande moeders in de bijstand met jonge kinderen. En dat is precies de doelgroep van het project Kind- en Werkgeluk. Een groep geselecteerde moeders krijgt ondersteuning om hun zelfvertrouwen te vergroten en wordt vervolgens toegeleid naar werk of een opleiding. De moeders krijgen kinderopvang, zodat ze echt aan de slag kunnen.
De eerste twaalf weken worden besteed aan ‘empowerment’. Melanie Noordegraaf: “Wij proberen ze stapje voor stapje over de drempel te trekken en na te denken over: wie ben je nou, naast het moederschap, en wat wil je? Waar heb je talent voor?” Er is vaak een hoop aan de hand in de levens van deze moeders, zegt ze. Ze krijgen hulp bij belemmeringen zoals schulden. De begeleiders zijn moeders die in dezelfde situatie hebben gezeten. Dat is volgens Noordegraaf echt een succesfactor. “Zij hebben affiniteit met deze doelgroep; ze zitten er bovenop en zijn altijd paraat om vragen te beantwoorden.”
Vrouwen bloeien op
Veel deelnemers zitten in een isolement, vertelt ze; ze staan er alleen voor. “De groepsgewijze aanpak werkt daarom heel goed. Je ziet vrouwen opbloeien. Ze zien dat hun groepsgenoten in dezelfde situatie zitten, maken vriendinnen, voelen zich gehoord.”
Dankzij een nauwe samenwerking met kinderopvangorganisaties lukt het om de deelnemers gratis kinderopvang aan te bieden. Dat gebeurt op twee manieren. Voor sommige moeders wordt al drie maanden voordat zij starten met Kind- en Werkgeluk kinderopvang aangevraagd, zodat dit bij hun start is geregeld. Andere moeders mogen meedoen aan de pilot Stap en Sprong, die wil voorkomen dat kinderen met een achterstand beginnen aan de basisschool. Hier krijgen ze twee jaar gratis kinderopvang.
Toch vinden veel moeders het achterlaten van hun kinderen bij de opvang aanvankelijk lastig. Soms is dat omdat zij dupe waren van de toeslagenaffaire en bang zijn om opnieuw schulden bij de overheid op te bouwen; soms omdat zij uit een cultuur komen waarin je geacht wordt zelf fulltime voor je kind te zorgen. Ook daaraan wordt aandacht besteed tijdens de eerste fase van Kind- en Werkgeluk.
Aan het werk
Tijdens de tweede fase krijgen de moeders een werkervaringsplaats. “We leren hen om een werkdag te structureren, samen te werken en om te gaan met hiërarchie”, vertelt Noordegraaf. De vrouwen worden zoveel mogelijk geplaatst in een branche die hen aanspreekt, soms gecombineerd met een mbo-opleiding. Velen vinden de zorg interessant, anderen kiezen de detailhandel of de catering. Maar er werkt ook iemand in de schoonheidsbranche en een ander is administratief medewerker in een ziekenhuis. Dankzij een goede samenwerking met roc’s en werkgevers lukt het vaak om een passende plek te vinden.
De eerste groepen van Kind- en Werkgeluk telden nogal wat uitvallers. Dat is niet zo gek, zegt Noordegraaf, als je bedenkt dat er van alles kan spelen. Sommigen hebben problemen op mentaal of lichamelijk gebied en bij anderen speelt er iets met de kinderen. Zij en haar teamgenoten zijn deelnemers strenger gaan selecteren. “Het is door de kinderopvang een duur traject, dus we willen moeders plaatsen van wie we het vertrouwen hebben dat zij er iets mee kunnen.” Nu gaat het beter: van de groepen, bestaand uit twaalf tot vijftien moeders, lukt het ongeveer een derde om binnen een jaar een betaalde baan of opleiding te vinden.
Maatwerk
Iedereen krijgt maatwerk, want iedereen heeft een eigen verhaal. Dat is de kracht van dit programma, zegt Noordegraaf. “Door de persoonlijke aandacht lukt het vaak ook vrouwen in een meer ingewikkelde situatie om toch succesvol uit te stromen.
De deelname duurt maximaal een jaar. De ene moeder gaat al na drie maanden aan de slag, de ander heeft meer tijd nodig. De uitvallers gaan terug naar de werkcoach die ze vanwege hun bijstandsuitkering hebben. “Vaak is er dan toch nog teveel aan de hand. Een kind blijkt bijvoorbeeld autisme te hebben en heeft speciale opvang nodig, of een moeder raakt opnieuw zwanger.”
Inmiddels zijn er bijna 30 moeders succesvol uitgestroomd. Dat is voor een groot deel ook te danken aan de vele partners, onderstreept Noordegraaf. Cruciaal zijn de kinderopvangorganisaties, Stap en Sprong en de werkgevers. Daarnaast kan zij een beroep doen op deskundigen binnen de gemeente wanneer een moeder specifieke problemen zoals schulden heeft. Voor moeders met problemen op het terrein van bijvoorbeeld de zorg of opvoeding is er het wijkteam. Verder trekt Kind- en Werkgeluk samen op met partners als Mama’s Garden, Zuidblinkers en Super Single Moms. Wanneer een moeder gaat solliciteren, kan ze gratis passende kleding vinden bij Dress for Success.
Op Zuid komt alles samen
Noordegraaf werkt nu zo’n achttien jaar voor de gemeente Rotterdam. “De eerste twaalf jaar was ik verantwoordelijk voor bedrijfsvoering. Ik zat hoog in De Rotterdam en voelde helemaal niet meer dat ik voor Rotterdam werkte. Dat begon echt te knagen. Ik wilde dicht bij de Rotterdammer aan de slag. Dat rauwe op Zuid, dat is voor mij de stad. Hier komt alles samen, de problematiek, de wijken die een boost krijgen. Hier krijg je een compleet beeld van Rotterdam.” Sommige wijken zijn echt verbeterd, vindt ze. “Je ziet vooruitgang op heel veel vlakken. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de schoolprestaties van kinderen op Zuid. We maken echt stappen.”
Ze doet graag een oproep. “Ook al zijn er veel vacatures, werkgevers staan nog lang niet allemaal open voor onze doelgroep. Deze vrouwen hebben wat extra aandacht nodig, en dat vinden sommigen lastig. Toch wil ik ervoor pleiten om deze doelgroep een kans te geven, want er zitten mensen met veel potentie tussen. Met een beetje bijschaven kun je daar echt diamantjes van maken.”